De natuur is weer ontploft. Groen zover je kijken kan. De zomer komt er bijna aan, lammetjes beginnen al op echte schapen te lijken en de koeien genieten in de wei van het frisse voorjaarsgras. En niet alleen de koeien. Mijn honden zouden zo bij de gemeentelijke buitendienst aan de slag kunnen gaan om de bermen te maaien. Rennen ze normaal alleen maar voor me uit, nu moet ik ze voortdurend verzoeken om door te lopen. Vooral Malle en Abbe blijven snacken van het groenvoer.
En wat erin gaat, moet er ook weer uit. Koeien hebben daar een mooi systeem voor. Het verse gras gaat door een soort fabriekje van magen heen, wordt nog een keertje extra gekauwd en komt er tenslotte uit alsof alles door de blender is gegaan. (Sorry als je net aan een groene smoothie zit)
Honden zitten anders in elkaar. Niks herkauwen. Honden zijn niet ontworpen voor gras. In recordtijd gaat het door de maag, hop, de darmen in en zoals het erin ging komt het er ook weer uit. En daar zit nou net het probleem. Want het erin gaan gaat moeiteloos, maar eruit…
En loop ik met de honden in het bos dan schijnt het geen probleem te zijn, maar loop ik door de bebouwde kom, dan gebeurt het. Gisteravond laat was het weer raak. Ik merk dat Abbe nodig moet en probeer zo snel mogelijk de straat uit, bij het stukje duin op de route te komen. Maar Abbe gaat al zitten, midden op de stoep. Abbe drukt, ik wacht. Er komt een fietser voorbij: 'Goedenavond!' Ik groet terug terwijl ik toch wat ongemakkelijk naast mijn poepende hond sta. Abbe staat op. Ik haal een zakje uit mijn jas, wat ik thuis al open gemaakt heb, want op het moment dat ik het nodig heb, lukt het me nooit het open te krijgen. Ene kant… Lukt niet. Andere kant… Lukt ook niet. Weer omdraaien, aan mijn vingers likken (doe ik alleen bij het eerste zakje van de rit), wrijven en uiteindelijk krijg ik het dan open. Om dat te voorkomen gebruik ik dus thuis 'geprepareerde' zakjes.
Afijn, Abbe loopt verder, ik sta daar met mijn zakje... Niks! Haal ik het dan toch nog tot het duin? Nee, drie meter verder gaat ze weer zitten. Ik zie wat komen...ik zie meer komen... en nog meer, maar het laat niet los. Graspoep! Zoals de saucijsjes bij de ouderwetse slager aan de haak hangen, hangen de drollen aan draadjes aan Abbes poeperd. Ze schrikt er zelf van, draait zich om, terwijl de grasworstjes om haar heen zwieren. Nog twee keer draaien, nog een keer zitten, maar de trein heeft duidelijk ernstige vertraging. Er zit maar één ding op. Ik pak opnieuw het zakje, doe het om mijn hand en grijp de grasdraad zo dicht mogelijk bij de uitgang vast en trek er voorzichtig aan, denkend dat het einde bijna in zicht is. Als een goochelaar die zakdoekjes uit zijn mouw tevoorschijn tovert, trek ik de keutels aan een draadje tevoorschijn. Elke keer als ik denk dat het stopt komt er nog meer. Uiteindelijk zijn we klaar. Abbe loopt opgelucht verder, ik raap alles met het zakje bij elkaar. Gelukkig had ik geen publiek. Hoewel een applausje voor deze act beslist op zijn plaats was geweest
Nienke Meijvogel-Blom is 'stukjesschrijver', zeemansvrouw en hondenliefhebber. Ze woont samen met Samojeden Malle, Ronne en Abbe, en IJslandse hond Mette op Terschelling.